027. Bijbelstudie over de
NOACHIETEN - B’NEI NOACH
“En G’d zegende Noach en zijn zonen en zeide tot hen: Weest
vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de aarde. En de vrees en de schrik voor u
zij over al het gedierte der aarde en over al het gevogelte des hemels, al wat
zich op de aardbodem roert en alle vissen der zee; in uw hand zijn zij gegeven.
Alles wat zich roert, wat leeft, zal u tot spijze zijn; Ik heb het u alles
gegeven evenals het groene kruid. Alleen vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult
gij niet eten. En waarlijk, Ik zal uw eigen bloed eisen; van al het gedierte
zal Ik het eisen en van de mensen onderling zal Ik het leven des mensen eisen.
Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden,
want naar het beeld G’ds heeft Hij de mens gemaakt. En gij, weest vruchtbaar en
wordt talrijk, wemelt op de aarde, ja, wordt talrijk daarop. En G’d zeide tot Noach en tot zijn zonen met hem: Zie, Ik
richt Mijn Verbond op met u en met uw nageslacht, en met alle levende
wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte der aarde
bij u, allen, die uit de ark gegaan zijn, alle gedierte der aarde. Ik dan richt
Mijn Verbond met u op, dat voortaan niets dat leeft, meer door de
wateren van de zondvloed zal worden uitgeroeid, en dat er geen zondvloed meer
wezen zal, om de aarde te verderven. En G’d zeide: Dit is het teken van het
verbond, dat Ik geef tussen Mij en u en alle levende wezens, die bij u zijn,
voor alle volgende geslachten: Mijn boog stel Ik in de wolken, opdat die tot
een teken zij van het verbond tussen Mij en de aarde. Wanneer Ik dan wolken
over de aarde breng en de boog in de wolken verschijnt, zal Ik Mijn Verbond
gedenken, dat tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees bestaat,
zodat de wateren niet weer tot een vloed zullen worden om al wat leeft te
verderven. Als de boog in de wolken is, dan zal Ik hem zien, zodat Ik Mijn
eeuwig Verbond gedenk tussen G’d en alle levende wezens van alle vlees, dat
op aarde is. En G’d zeide tot Noach: Dit
is het teken van het verbond, dat Ik heb opgericht tussen Mij en al wat op de
aarde leeft.” (ty>arb Bereshit [Genesis] 9:1-17). Eeuwenlang hebben de rabbijnen deze
tekst misbruikt om een scheiding te rechtvaardigen die er niet mag zijn tussen
het gelovige deel van Israël en de gelovigen uit de volken! Met name vers 17
wordt aangehaald om ermee te ‘bewijzen’ dat het Noachitisch Verbond
universeel voor alle mensen van toepassing zou zijn met uitzondering van de
Israëlieten terwijl het Mozaisch Verbond daarentegen juist uitsluitend
tot het volk Israël beperkt zou zijn! Niets is minder waar! Het Verbond dat de
Eeuwige met Moshe heeft gesloten op de berg Sinai heeft het Verbond met Noach echt niet ongeldig gemaakt voor de Israëlieten, want alle instructies die Noach kreeg zijn immers terug te vinden in de Tora, die veel uitgebreider is. De Eeuwige heeft er weliswaar
voor gekozen om Zijn wil bekend te maken aan het uitverkoren deel van het
nageslacht van Noach’s zoon Sem, maar het was en is Zijn bedoeling, dat zij dit ook doorgeven aan de
nakomelingen van de overige zonen van Noach zodat ook dezen zich in het dienen van de enige ware G’d bij hun oudere
broer zouden aansluiten. Het is niet zo dat G’d tegelijkertijd twee aparte
verbonden en gebodenstelsels naast elkaar onderhoudt: het Mozaisch Verbond met
de Joden en het Noachitisch Verbond met de rest van de mensheid! G’d heeft in
de loop van Zijn heilsgeschiedenis diverse verbonden achter elkaar (niet naast
elkaar) gesloten en de geboden en inzettingen van het voorgaande verbond werden
integraal opgenomen en in het volgende verbond en niet opgeheven. Ook het
Nieuwe Verbond door het bloed van Yeshua heeft de
geboden uit de Tora niet ongeldig gemaakt, maar daar
juist de volle betekenis aan gegeven. In feite zou men kunnen spreken over een
“evolutie der verbonden”, omdat ze steeds verder werden geperfectioneerd. Omdat
ik zelf in de krantenwereld werk zou ik G’ds werkwijze in deze willen
vergelijken met het werk van een journalist. Het Noachitisch Verbond zou men
kunnen vergelijken met de aantekeningen van een journalist op de kladblok. Het
Mozaisch Verbond is dan vervolgens het artikel dat door de journalist aan de
hand van zijn aantekeningen op de computer is getikt en het Nieuwe Verbond is
dan tenslotte het gedrukte eindresultaat in de krant. U ziet het: de groep
lezers wordt in deze ontwikkelingsfasen steeds verder uitgebreid. De
kladblok-aantekeningen laat de journalist uitsluitend aan zijn collega’s van de
redactie zien en het daaruit voortgekomen artikel krijgen vervolgens slechts de
collega’s van de pre-press onder ogen, maar pas als het gedrukt is en in de
krant staat is het voor het grote publiek toegankelijk. Zo was het Noachitisch
Verbond eigenlijk beperkt tot een kleine groep, namelijk het gezin van Noach,
want alle andere mensen waren in de zondvloed omgekomen. Het Mozaisch Verbond
was al iets uitgebreider: namelijk het volk Israël en de vreemdelingen die zich
lieten besnijden en zich letterlijk bij het volk aansloten. Pas door het offer
van Yeshua werd het Nieuwe Verbond toegankelijk
voor de grote massa van de werelbevolking! En juist dat willen de rabbijnen
voorkomen door B’rit
haChadasha (het Nieuwe
Verbond) te ontkennen en de wereld wijs te maken dat G’d een onderscheid zou
maken tussen de Joden en niet-Joden door de eerste groep de 613 geboden van de Tora op te leggen en de tweede groep slechts de 7
Noachitische geboden, die wij overigens als zodanig niet eens in de Bijbel,
maar uitsluitend in de babylonische Talmud tegenkomen!
Maar wat houden deze zeven Noachitische geboden eigenlijk in, waar komen ze
vandaan en wie zijn de Noachieten? Zijn dat christenen?
De Noachieten zijn in de ogen van orthodoxe Joden wel
“gelovigen uit de volken”, maar in nieuwtestamentische zin geen christenen! Het
systeem van de Noachitische Geboden en de daaruit voortvloeiende Noachitische
beweging is door de orthodoxe rabbijnen in het leven geroepen met als doel een
veilige muur rondom het Jodendom op te trekken, die enerzijds vreemde invloeden
buitenshuis moet houden (en met name de christelijke zending), maar
tegelijkertijd aan de Joodse orthodoxie de mogelijkheid biedt om zelf wél
religieuze en politieke invloed uit te oefenen op het niet-Joodse deel van de
wereldbevolking! Lange tijd hebben het de omstandigheden niet toegelaten dat de
rabbijnen het Noachitisch principe openlijk konden verkondigen en verspreiden
en om deze reden waren de Noachieten eeuwenlang voornamelijk in geheime ordes
te vinden. Toen Rav
Menachem Mendel Schneerson, de bekende Lubawitscher Rebbe, echter voor een breed publiek
daarover begon te spreken om zo een nieuw tijdperk in te leiden, bracht hij
deze oude dwaalleer pas tot volle bloei! De Noachieten ofwel in het Hebreeuws B’nei Noach [zonen van Noach] genaamd, zijn
tegenwoordig niet meer alleen in de loges van de Vrijmetselaars te vinden, maar
beginnen nu wereldwijd ook openlijk grote geloofsgemeenschappen te stichten met
de Noachitische Geboden als basis, waaruit inmiddels een geheel eigen
levenstijl is ontstaan. De Noachieten zijn in samenwerking met vooraanstaande
rabbijnen in Israël en de Verenigde Staten bezig om naar Joods model een
noachitische Sidur [gebedenboek] samen te stellen voor
gebeden, ceremonies en rituëlen om aan deze spirituële behoefte te voldoen. Met
orthodox-rabbijnse input worden naar Noachitisch concept inmiddels ook al
huwelijks-ceremonies en feestdags-rites ontwikkeld, die dan door alle mensen
uit alle culturen toegepast kunnen worden, want het grote doel van de
Noachitische beweging is uiteindelijk één wereldreligie (naast het Jodendom),
want zij zien het geloof van Noach als de
oer-religie. Ook op het Internet komt men tegenwoordig talrijke noachitische
websites tegen, waarop deze gedachte wordt verspreid en waarop zelfs christenen
wordt wijsgemaakt dat ook zij als niet-Joden eigenlijk Noachieten behoren te
zijn. Voorwaarde hiervoor is echter, dat zij afstand moeten doen van hun geloof
in Jezus Christus, dat zowel door de Noachieten alsook door de rabbijnen als
een vorm van afgoderij wordt gezien, want volgens deze websites zou geen
Noachiet het in zijn hoofd halen om Yeshua te aanbidden
of met haShem, de énige G’d van Israël, te
identificeren. Daarom is het voor mij totaal onbegrijpelijk dat tegenwoordig
ook onder talrijke christenen, vooral in de traditionele kerken, de dwaling
gehoor vindt, dat zij vrij zijn van de Mozaische Geboden, maar wel de
Noachitische Geboden moeten houden. Mede door eeuwenlange infiltratie van de
Noachieten zijn vele christenen in die kerken (zelfs dominees en pastors!)
inmiddels zo vrijzinnig geworden dat zij Jezus alleen nog maar zien als een
“goed mens met goede ideeën, waar wij veel van kunnen leren”. Zij zien Yeshua niet meer als Zoon van G’d, Koning der koningen en Here
der heren en zo laten velen zich helaas overhalen tot de noachitische dwaalleer.
Ik citeer even een beschrijving, die ik op een Joodse website heb gevonden: “De mensen die leven volgens de wetten van het Noachitisch Verbond worden 'B'nei Noach' (zonen/kinderen van Noach) of ‘Noachieten’ genoemd. De Noachieten zijn niet-Joden die (zijn gaan) leven volgens de 7 universele G’ddelijke wetten/regels waaraan ieder mens zich zou moeten houden.
Deze wetten zijn:
1. Gebod om recht te doen
2. Verbod op blasphemie (G’dslastering)
3. Verbod op het dienen van afgoden (zoals bv: Jezus, Buddha, Krishna, Vishnu, etc.)
4. Verbod op ontucht.
5. Verbod te moorden
6. Verbod om te stelen
7. Verbod op het kwellen van dieren
Omdat deze geboden slechts de
hoofdwetten zijn komt het totaal aan regels waaraan een niet-Jood zich moet
houden op ongeveer 30. De persoon die zich strikt houdt aan deze wetten en
leert wat er op hem van toepassing is, zonder oogmerk op de beloning die hem
staat te wachten in het hiernamaals, wordt vergeleken met de hogepriester bij
zijn dienst in de Tempel. Voor ons Joden gelden deze 7 Noachitische wetten óók,
zij het echter dat een Jood zich, inclusief deze 7 geboden, aan 613 geboden
moet houden. Er is dus geen noodzaak voor een niet-Jood zich te bekeren tot het
Jodendom.” - Einde citaat! Zoals
ik reeds eerder heb vermeld, zijn de 7 Noachitische Geboden niet als zodanig in
de Bijbel te vinden, maar ze ze zijn volgens de Encyclopaedia Judaica slechts
exegetisch ontleend aan opdrachten die de Eeuwige heeft gegeven aan Adam en Noach (zie oa Genesis
Raba 34 en Sanhedrin 59b), want doordat deze twee mannen de eerstelingen der mensheid waren,
hebben die opdrachten een universeel en algemeen karakter. De rabbijnen
gebruikten deze opdrachten, die ze her en der vandaan geplukt hebben, als basis voor het systeem van de 7 geboden zonder dat de Eeuwige
ze als zodanig tegen Adam of Noach heeft uitgesproken. Het is dus heel belangrijk om steeds in gedachten te
houden dat er een verschil bestaat tussen wat er werkelijk in de Bijbel staat
en wat het orthodoxe Jodendom vindt dat Noachitische Geboden zijn omdat ze niet
duidelijk in de Tora beschreven staan. In de hele Bijbel
wordt namelijk nergens genoemd dat het hier om de Noachitische Geboden gaat! De
enige bron is en blijft dus de Babylonische Talmud, en met name Sanhedrin 56a. Daar lezen wij aldus: “Onze
rabbijnen leren ons: Zeven geboden werden aan de zonen van Noach gegeven: Het eerste geldt de rechtspraak , en de overige
zes verbieden G’dslastering, afgodendienst, ontucht, moord, diefstal en het
eten van vlees dat afgesneden is van een nog levend dier. Rabbi Chanina ben
Galma zegt ten aanzien van dit laatste: Ook het bloed van een nog levend dier.”
Afgezien van het eerste gebod, dat eigenlijk helemaal niet in dit rijtje
thuishoort omdat het uit ,yrbd D’varim [Deuteronomium] 16:18 afkomstig is, dus van Moshe en niet van Noach, zijn alle Noachitische geboden
eigenlijk verboden. De 6 verboden worden op verschillende manieren afgeleid uit
het eerste Toraboek ty>arb B’reshit [Genesis]. De Joodse traditie stelt ze overigens
niet voor als enkelvoudige geboden, maar als categorieën. Daarom bestaat er ook
over het exacte aantal voorschriften een grote onduidelijkheid. Hoeveel zijn
het eigenlijk? Sommigen houden het op 66, anderen op 30 voorschriften. Rabbi Yehuda vond dat er maar één noachitisch
voorschrift in de Tora staat: het verbod om te zondigen (Sanhedrin 59a). Volgens de mondelinge leer, die
dus niet op waarheidsgehalte te verifiëren valt, zou Adam de zeven Noachitische Geboden aan zijn kinderen geleerd
hebben, dus was hij de eerste Noachiet. Verder worden ook Avraham [Abraham], Yitz’chaq [Izaäk] en Ya’aqov [Jakob] en hun afstammelingen tot de wetgeving op de
berg Sinai als zonen van Noach gezien (Sanhedrin 59).
Volgens de rabbijnen mogen de Noachieten naast de voor hen van toepassing
zijnde Noachitische Geboden overigens ook wel de Mozaische Geboden naleven, met
enkele duidelijke uitzonderingen, namelijk: het vieren van de Shabat en de Moadim [feestdagen]
volgens de halachische voorschriften, het dragen van Tefilin [gebedsriemen] en Tzitzit [kwasten], het aanbrengen van een Mezuza [koker met tekstrolletje] op de deurpost en openbare Toralezing in de synagoge. Verder hoeft de Ben Noach [Noachiet] volgens het 2e en 3e
gebod helemaal geen persoonlijke relatie met G’d te hebben, want het is hem
slechts verboden om G’dslastering en afgoderij te plegen. Atheïsten en
humanisten kunnen dus hele goede Noachieten zijn, want als ze helemaal niet in
welke G’d dan ook geloven, dan kunnen ze zich in principe keurig aan deze twee
geboden houden. Maar ook met de overige geboden hebben ze geen enkele moeite,
want humanisten houden van hun medemensen. Ze stelen niet, moorden niet en
plegen doorgaans ook geen ontucht. Ze zijn vaak ook vegetariërs en voldoen dus
ook netjes aan het zevende gebod om geen vlees van een levend dier te eten.
Daarom zijn de Noachitische Geboden tegenwoordig ook razend populair in New
Age-kringen en ondanks deze duidelijke vingerwijzing zijn er op dit moment ook
talrijke christenen, die zich te goeder trouw tot het Noachitische geloof laten
overhalen en daardoor Yeshua
verloochenen, want
geleidelijk aan nemen zij afstand van zowel het christendom alsook het
Messiasbelijdend Jodendom, dat door de orthodoxe Joden gezien wordt als een
gevaarlijke sekte, en vervallen langzaam in een aan niet-Joden aangepaste
talmudische levenswijze. En zo hebben de rabbijnen met het systeem van de
Noachitische Geboden op een listige manier opnieuw een keurige scheidingsmuur
tussen Joden en niet-Joden kunnen aanbrengen, die Yeshua juist door Zijn offer aan het kruis op Golgotha eerst
heeft afgebroken. Daarom is het letterlijk van levensbelang dat wij dit door
hebben en daar niet aan meedoen! Voordat ook wij ons laten verleiden om de
éénheid tussen Jood en Griek, die Yeshua tot stand
heeft gebracht, los te laten, dienen wij grondig de Bijbel te bestuderen om te
weten waar de rabbijnen en de Noachieten over praten. Wees ervan bewust, dat de
Noachitische Geboden mensenwerk zijn!
Velen hebben van de ultra-orthodoxe Joden en met name van de Chabad-Chasidim het idee dat ze wereldvreemde figuren zijn, die zich in de Jeruzalemse orthodoxe wijk Mea Shearim hebben teruggetrokken om vooral niet met “wereldse” mensen in aanraking te komen en gezien hun kleding en leefwijze eigenlijk best wel met de Amish people in Pennsylvania te vergelijken zijn, die zich ook van de slechte buitenwereld afsluiten. Op het eerste gezicht lijkt het orthodoxe Jodendom zich dus niet veel aan te trekken van de niet-Joodse wereld, maar niets is minder waar! Een bekende Nederlandse gezegde is: Schijn bedriegt! Zij bemoeien zich juist meer met de niet-Joodse wereld dan velen misschien lief is, alleen gebeurt dit achter de schermen zonder dat de grote massa daarvan op de hoogte is. Zo heeft de bekende Lubawitscher rebbe Menachem Schneerson, die door zijn vele volgelingen wordt gezien als “Moschiach”, het toch echt voor elkaar gekregen om de Noachitische Geboden, die dus niet uit de Bijbel, maar uit de Babylonische Talmud afkomstig zijn, in de Verenigde Staten als wetsvoorstel te laten indienen, dat (geloof het of niet) op 21 maart 1991 door de 102e Congress is aangenomen! President George H. Walker Bush (de vader van die andere president), die zelf ook een Noachiet is en ‘Skull and Bonesman’ in de orde van de 33ste graad Vrijmetselarij van Koning Salomo, heeft dit wetsvoorstel eigenhandig ondertekend en er een algemene wet van gemaakt. Het is haast niet te geloven, maar het is toch echt wel waar! Dat bedoelde hij dus met zijn aankondiging van de “Nieuwe Wereldorde”! President Bush ondertekende een historische resolutie van beide delen van het Congres, erkende hiermee de Noachitische Geboden als zijnde de “basis van de maatschappij vanaf het begin van de beschaving”. Hij drong de Verenigde Staten erop aan om een leidende rol in te nemen bij het “terugbrengen van de wereld in de morele waarden zoals de 7 Noachitische Geboden die bevatten”. Dit historisch belangrijk document is vastgelegd als House Joint Resolution 104, Public Law 102-14. Aan te stellen op 26 Maart 1991, als “Education Day [Dag van Onderwijs], U.S.A” (Geworven als overeengekomen met of getoond aan zowel de Kamer als de Senaat.
Sponsor: Rep Michel, Robert H. (geïntroduceerd 31/1/1991)
Laatste Grote Actie: 20/3/1991
Werd Algemene Wet Nr: 102-14
Titel: Aan te stellen op 26 Maart, 1991, als “Education Day [Dag van Onderwijs] U.S.A”
De Honderd en tweede Congres van de Verenigde Staten van Amerika, bij de eerste sessie, begonnen en gehouden in de stad Washington op donderdag, de derde dag van Januari 1991.
Aan te stellen op 26 Maart, 1991, als “Education Day [Dag van Onderwijs], U.S.A”
Gezien het Congres de historische traditie van morele normen en waarden erkent die de basis van de beschaafde samenleving en waarop onze grote/geweldige Natie is gegrondvest;
Gezien deze morele normen en waarden de basis van de maatschappij vanaf het begin van de beschaving zijn geweest, toen ze bekend stonden als de Zeven Noachitische Geboden.
Gezien het bouwwerk van de beschaving serieus gevaar loopt om terug te vallen in chaos zonder deze morele normen en waarden
Gezien de samenleving diep bezorgd is door het recente afzwakken van die normen, wat heeft geresulteerd in crises die het weefsel van de beschaafde samenleving belagen.
Gezien de gerechtvaardigde verstrooidheid aangaande deze crises, moeten de burgers van deze Natie niet hun verantwoordelijkheid uit het oog laten verliezen om deze historische morele waarden uit onze aanzienlijke verleden over te dragen naar de toekomstige generaties.
Gezien de Lubawitsch-beweging deze normen en waarden heeft gekoesterd en over de hele wereld heeft gepromoot.
Gezien Rav Menachem Mendel Schneerson, leider van de Lubawitsch-beweging, alom wordt gerespecteerd en vereerd en zijn 89-ste verjaardag op 26 Maart 1991 valt.
Gezien uit huldebetuiging aan deze grote spirituele leider, “de rebbe”, zal zijn 90-ste jaar worden gezien als één van “onderwijs en verstrekking”, het jaar waarin we ons wenden tot onderwijzing en liefdadigheid om de wereld terug te doen keren naar de morele en ethische waarden die zijn opgetekend in de 7 Noachitische Geboden;
Gezien dit zal worden overgebracht door een internationale eredelegatie, ondertekend door de president van de Verenigde Staten en andere staatshoofden:
Welnu, laat het daarom besloten zijn door de Senaat en Huis van Afgevaardigden van de Verenigde Staten van Amerika vergaderd in het Congres, dat op 26 maart 1991, het begin van het 90-ste jaar van Rabbi Menachem Schneerson, leider van de wereldwijde Lubawitsch-beweging, is aangesteld als ‘Education Day, U.S.A.’. De president is verzocht om een verklaring uit te vaardigen aan de bevolking van de Verenigde Staten om deze dag met gepaste ceremonies en activiteiten te vieren.
Woordvoerder van het Huis van Afgevaardigden.
Vice-president van de Verenigde Staten en
Voorzitter van de Senaat.
20/mrt/1991:
Werd Algemene Wet Nr. 102-14,
ondertekent door de president.
Een commentaar op dit besluit vanuit de Vrijmetselarij, waarvan president Bush een vooraanstaand lid is, luidt als volgt: “Als Vrijmetselaars, geloven wij dat wij, als goede burgers en voorstanders van alle deugdzame zaken, een leidende rol moeten bekleden in dit achtenswaardig initiatief. Door dit te doen, vervullen wij de Oude Opdrachten en keren wij terug naar de beginselen van onze orde.” - Tijdens mijn researchwerk voor deze bijbelstudie over de Noachieten kwam ik op een site van de Vrijmetselaars het volgende tegen: “De Regenboog was het Teken van het Verbond dat de Heer met de mensheid sloot, waarmee Hij hun verzekerde dat Hij ze niet meer met een Zondvloed zou straffen. Toch desniettemin besloten de nakomelingen van Noach om een Toren te bouwen die hoog genoeg zou zijn om hen te beschermen tegen een G’ddelijke vergelding. Zij kozen daarvoor een vlakte uit in Azië, genaamd Sennaar. Tien jaar nadat zij de grondvesten voor dat bouwwerk hadden gelegd richtte de Heer, zo zegt de Schrift, Zijn oog op de Aarde, bezag de hoogmoed van de mensenkinderen en daalde af naar de Aarde om hun overmoedige plannen tegen te werken en Hij bracht spraakverwarring onder de werklieden. Daarom noemt men die Toren van Babel, dat betekent verwarring. Enige tijd daarna werd daar een stad gevestigd door Nimrod. Dat was de eerste die onderscheid tussen de mensen had gemaakt. en hij had zelfs de rechten en erediensten die aan de Heer toekwamen, gewroken. De stad werd Babylon genoemd, dat wil zeggen Stad van Verwarring. Het was in de nacht van Volle Maan in maart dat de Heer dat wonder volbracht en als herinnering daaraan houden de Ridders Noachieten hun grote vergadering ieder jaar bij Volle Maan in Maart. De werklieden verstonden elkaar niet meer en waren gedwongen om uiteen te gaan. Iedereen zocht een goed heenkomen. Peleg, die het idee voor het bouwwerk had ontwikkeld, en die er de leider van was, was daardoor ook de meest schuldige. Hij legde zichzelf een strenge straf op. Hij trok zich terug in het Noorden van Duitsland waar hij aankwam na heel wat pijn en moeite die hij moest doorstaan in verlaten streken waar hij slechts wat wortels en wilde vruchten tot voedsel vond. In het deel dat Pruisen wordt genoemd bouwde hij wat hutten om zich wat te behoeden tegen weer en wind, en ook een Tempel in de vorm van een Driehoek waarin hij zich opsloot om de barmhartigheid des Heren af te smeken en om voor zijn zonden te boeten. Bij het wegruimen van puin, op onderzoek in de zoutmijnen van Pruisen, op 15 ellen diep, in het jaar 553, vond men de resten van een driehoekig bouwsel. Daarin bevond zich een witmarmeren plaat waarop deze hele geschiedenis in het Hebreeuws was opgeschreven. Opzij daarvan vond men een grafmonument van zandsteen, waarin stoffelijke resten lagen en een stuk agaat waarop het volgende grafschrift stond: Hier rust de as van onze Grote Bouwmeester van de Toren van Babel. De Heer was hem genadig omdat hij nederig is geworden. Het grafschrift zei niet dat Peleg die Bouwmeester was, maar de geschiedenis op de marmaren plaat leert ons dat Peleg een zoon was van Heber, wiens vader een zoon was van Arpaksad, en die was weer een zoon van Sem, de oudste zoon van Noach. De Ridders houden de herinnering levendig aan de verwoesting van de Toren van Babel. De heidenen kenden de Ridders Noachieten ofwel afstammelingen van Noach onder de naam van de Titanen, die de hemel wilden bestormen om Jupiter te onttronen. De Noachieten stammen af van Peleg (een kleinzoon van Noach), Groot Bouwmeester van de Toren van Babel. Zo is hun orde verscheidene eeuwen ouder dan de oorsprong van de Vrijmetselaren, die afstammen van Hiram Abiff. Vóór de Kruistochten waren beide Ordes strikt gescheiden en onze stond in hoog aanzien in Palestina. De Ridders Prinsen Vrijmetselaren lieten zich aannemen en uit erkentelijkheid verlangen de Noachieten sindsdien dat alle kandidaten zijn verheven tot Meester in de Blauwe Vrijmetselarij.” Tot zover. Het verband tussen de Noachieten en de Vrijmetselaars is nu wel duidelijk. Het verband tussen de Vrijmetselaars en de Kabbalisten vinden wij op een website over de Schotse Vrijmetselarij: “Beter dan ieder ander, heeft Albert Pike de esoterische betekenis van deze beelden weergegeven in zijn prachtig rituaal voor de 32e Graad, waarin hij getracht heeft, om de leringen van de Kabbala (de mystieke Joodse leer) in verband te brengen met de overleveringen van de oude Arische of liever Indo-Perzische (Babylonische) godsdienst. Wat de Schotse Vrijmetselarij verschuldigd is aan de Kabbala is de allegorie van het Heilig Woord, dat ons de volheid van de Gnosis en de heerschappij over het heelal zal overleveren.” - Op een andere website vond ik nog meer informatie hieromtrent: “Vanaf de oorsprong van de Engelse Vrijmetselarij werd gesteld dat de vrijmetselaar een echte Noachiet is. Als men hierin méér wil zien dan weer een literaire fiorituur, is de enige mogelijke uitleg dat de vrijmetselaars zich aansluiten bij de Ark van het Verbond: ‘En G’d zeide tot Noach: dit is het teken van het verbond dat ik vastgesteld heb tussen mij en alle vlees op aarde’ (Genesis hoofdstuk 9, vers 17). Het verbond met Noach sloeg dus op alle mensen, en niet zoals de latere verbonden met Abraham en Mozes op het Uitverkoren Volk. De enige uitleg kan dan ook maar zijn dat de Noachieten de adepten zijn van een universele, overkoepelende godsdienst, waar alle latere godsdiensten, de joodse, de christelijke, de islamitische slechts partiële uitdrukkingen van zijn. Tot op vandaag geven alle vrijmetselaarsobediënties hieraan uitdrukking door niet de christelijke tijdrekening te gebruiken, maar de bijbelse tijdrekening, die vierduizend jaar vroeger aanvangt. Ze noemen dit de tijdrekening van het Ware Licht.” De vrijmetselaars zijn dus evenals de ultra-orthodoxe Joden van mening dat de Noachieten een wereldreligie tot einddoel hebben, een overkoepelende religie dus. Dit is het basisprincipe van New Age en dat laat ons eigenlijk zien hoe laat het is! De komst van de antichrist is nabij en dat betekent dat ook Yeshua niet lang meer op Zich laat wachten om de Zijnen in veiligheid te brengen!!!
Laten wij niet in de misleidende val van de Noachitische
Geboden lopen en scheiding maken tussen Joden en niet-Joden in het lichaam van Yeshua door het hanteren van twee aparte gebodenstelsels, maar
blijven vasthouden aan de oorspronkelijke bedoeling die Hij met ons heeft: “Eenzelfde
wet zal gelden voor de geboren Israëliet en voor de vreemdeling, die in
uw midden vertoeft.” (tvm> Sh’mot
[Exodus] 12:49). In
tegenstelling tot wat zowel de kerk alsook het rabbinaat beweren is de Tora niet alleen maar voor de Joden bedoeld! De gehele Joodse
leer en het hele Joodse geloof vindt haar oorsprong weliswaar in de wetgeving
op de berg Sinai, maar heeft de Eeuwige niet op de
Pinksterdag, die ook door de christenen wordt gevierd, Zijn wet en Zijn geboden
(en dan heb ik het niet over de z.g. Noachitische Geboden!!!) door de
uitstorting van Ruach haQodesh [de Heilige Geest] in de harten van alle
gelovigen geschreven? Hij heeft dit weliswaar éérst aan Zijn volk Israël
beloofd: “Ik zal Mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun
hart schrijven!” (vhymry Yir’m’yahu [Jeremia] 31:33), maar vanaf de
overweldigende manifestatie van Zijn hnyk> Shechina [tegenwoordigheid] op de Pinksterdag is zij
eveneens voor de gelovigen uit de volken: “niet met inkt geschreven, maar
met de Geest van de levende G’d, niet op tafelen van Steen, maar op tafelen
van vlees in onze harten!” (2 Korinthiërs 3:3). Op talrijke plaatsen
zegt de Eeuwige in Zijn Woord, dat Hij Zijn wet, Zijn heilige Tora, met al haar geboden (dus niet alleen de z.g. Noachitische
Geboden) uit liefde zowel aan Zijn volk Israël heeft geschonken als een
kostbaar ]tm Matan [geschenk], maar ook aan de gelovigen uit de volken
die door hun geloof in de G’d van Israël en de Messias van Israël geënt zijn op
de Edele Olijfboom: “Eenzelfde wet zal gelden voor de
geboren Israëliet en voor de vreemdeling, die in uw midden vertoeft.” (tvm> Sh’mot [Exodus] 12:49). - “Dit zal u tot een altoosdurende
inzetting zijn: in de zevende maand op de tiende der maand zult gij u
verootmoedigen en generlei werk doen, zomin de geboren Israëliet als de
vreemdeling, die in uw midden vertoeft.” (arqyv
Vayig’ra [Leviticus] 16:29). - “Daarom heb Ik
tot de Israëlieten gezegd: Niemand van u zal bloed eten. Ook de
vreemdeling, die in uw midden vertoeft, zal geen bloed eten.” (arqyv Vayig’ra [Leviticus] 17:12). - “En ieder, hetzij
geboren Israëliet of vreemdeling, die een gestorven of verscheurd dier eet,
zal zijn klederen wassen, zich in water baden en onrein zijn tot de avond; dan
zal hij rein zijn.” (arqyv Vayig’ra
[Leviticus] 17:15). - “Gij echter zult Mijn inzettingen en Mijn
verordeningen in acht nemen en geen van deze gruwelen doen, noch de geboren
Israëliet, noch de vreemdeling die in uw midden vertoeft” (arqyv Vayig’ra [Leviticus] 18:26). - “Enerlei recht
zult gij hebben; de vreemdeling zij gelijk de geboren Israeliet, want Ik
ben de Eeuwige, uw G’d.” (arqyv Vayig’ra
[Leviticus] 24:22). - “Enerlei inzetting zal voor u gelden, zowel
voor de vreemdeling als voor de in het land geborene.” (rbdmb Bamid’bar [Numeri] 9:14). - “Wat de gemeente
betreft, éénzelfde inzetting zal gelden zowel voor u als voor de vreemdeling
die bij u vertoeft; een altoosdurende inzetting zal het zijn voor uw
geslachten: gij en de vreemdeling zullen voor de Eeuwige gelijk zijn.”
(rbdmb Bamid’bar [Numeri] 15:15). - “Eenzelfde wet en
eenzelfde voorschrift zal gelden zowel voor u als voor de vreemdeling die bij u
vertoeft.” (rbdmb Bamid’bar [Numeri] 15:16).
- “Het zal aan de gehele vergadering der Israëlieten vergeven worden,
zowel als aan de vreemdeling die in uw midden vertoeft, want het was
onopzettelijk over het gehele volk gekomen.” (rbdmb
Bamid’bar [Numeri] 15:26). - “Eenzelfde wet zal voor u gelden,
voor de onder de Israëlieten geborene en voor de vreemdeling die in uw midden
vertoeft, ten aanzien van hem, die iets doet door een onopzettelijke
zonde.” (rbdmb Bamid’bar [Numeri] 15:29). - “Dit zal gelden als een
altoosdurende inzetting voor de Israëlieten en voor de vreemdeling die onder u
vertoeft.” (rbdmb Bamid’bar [Numeri] 19:10).
- “Want de Eeuwige zal Zich over Ya’aqov
[Jakob] ontfermen en nog zal Hij Israël verkiezen en ze op hun eigen
bodem doen wonen; dan zal de vreemdeling zich bij hen aansluiten en men zal
zich voegen bij het huis van Ya’aqov.” (vhyi>y
Yeshayahu [Jesaja] 14:1). U ziet het: de orthodoxe rabbijnen hebben door
de z.g. Noachitische Geboden tegenover de Tora
te plaatsen een duidelijke scheidingslijn getrokken tussen Joden en gelovigen
uit de volken, die de Eeuwige niet wil, en men moet zich dat dan ook niet laten
aanpraten: “Laat dan de vreemdeling die zich bij de Eeuwige
aansloot, niet zeggen: De Eeuwige zal mij zeker afzonderen van Zijn volk!”
(vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 56:3). De Eeuwige heeft de
gelovigen uit de volken niet afgezonderd van Zijn volk Israël, maar door Zijn
geboden ook aan hen op te dragen en door het offer van Zijn Zoon voor de
overtredingen van de gehele mensheid heeft Hij hen juist aan Zijn volk
toegevoegd: “Bedenkt daarom dat gij, die vroeger heidenen waart naar
het vlees, en onbesneden genoemd werdt door de zogenaamde besnijdenis, die werk
van mensenhanden aan het vlees is, dat gij te dien tijde zonder de Mashiach waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden
der belofte, zonder hoop en zonder G’d in de wereld. Maar thans in Yeshua haMashiach zijt gij, die eertijds veraf waart,
dichtbij gekomen door het bloed van de Mashiach. Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur,
die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in Zijn
vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld
heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen,
en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met G’d te verzoenen door het
kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. En bij Zijn komst heeft Hij
vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren;
want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader. Zo
zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers
der heiligen en huisgenoten G’ds, gebouwd op het fundament van de apostelen en
profeten, terwijl Yeshua
haMashiach zelf de Hoeksteen is.” (Efeziërs 2:11-20). In de verzen 14
t/m 16 staat overigens niet dat Yeshua
de Wet buiten werking gesteld heeft, maar de wet der geboden. Het woordje “der”
geeft namelijk een zekere wetmatigheid aan zoals ook het geval is met “de wet
der zwaartekracht”, “de wet der erfelijkheid”, “de wet der klankverschuiving”
en “de wet der natuur”. Als Sha’ul hiermee de Tora in z’n geheel bedoeld had, zou hij geschreven
hebben: “de wet met de geboden” en niet “de wet van
de geboden, uit inzettingen bestaande.” Over welke inzettingen heeft hij
het hier? Over de inzettingen die de omgang tussen Joden en niet-Joden hadden
verboden, namelijk: ”Neemt dan al Mijn inzettingen en al Mijn verordeningen
nauwgezet in acht, opdat het land, waarheen Ik u breng om daarin te wonen, u
niet uitspuwe. Wandelt niet naar de inzettingen van het volk, dat Ik voor u uit
verdrijf: want al deze dingen hebben zij gedaan, zodat Ik een afschuw van hen
gekregen heb. Maar tot u zeide Ik: gij zult hun land in bezit nemen en Ik zal
het u geven om het te bezitten, een land vloeiende van melk en honig; Ik ben de
Eeuwige, uw G’d, die u van de andere volken heb afgezonderd. Maakt
dan scheiding tussen rein en onrein vee en tussen onreine en reine
vogels, opdat gij uzelf niet verfoeilijk maakt door vee en vogels en alles wat
op de aarde kruipt, dat Ik u ontzegd heb door het onrein te verklaren. Weest
Mij heilig, want heilig ben Ik, de Eeuwige, en Ik heb u afgezonderd van
de volken, opdat gij Mij zoudt toebehoren!” (arqyv Vaqiq’ra [Leviticus] 20:22-26), Lees in dit verband
ook ,yrbd Deuteronomium 7:2-6 en 23:3-6. Ook uit deze twee
laatstgenoemde teksten blijkt dat de inzettingen die de omgang tussen
Israëlieten en heidenen verboden, berustten op een scheiding tussen rein en
onrein. Deze inzettingen vormden dus de tussenmuur die scheiding maakte, welke Yeshua heeft weggehaald omdat Zijn bloed een ieder
reinigt die Hem wil toebehoren, zoals ook Keifa
[Petrus] aan Cornelius heeft uitgelegd: “Gij weet, hoe het een Jood verboden
is zich te voegen bij of te gaan tot een niet-jood; doch mij heeft God doen
zien, dat ik niemand onheilig of onrein mag noemen.” (tvlipm Mif’alot [Handelingen] 10:28). Sha’ul [Paulus] schrijft in zijn brief aan de Efezen, dat de heidenen vóór hun
bekering uitgesloten waren van het burgerschap van Israël, want zij behoorden
niet tot de Gemeente van Yeshua en hadden geen gemeenschap met haar,
want die was beperkt tot het volk van Israël. Maar nu mogen zij er bijhoren:
zij zijn nu mede-erfgenamen, mede-burgers, mede-leden en mede-genoten geworden.
Maar vergeet niet, dat daar overal het woordje mede- voorstaat! Het is
geen gering voorrecht te behoren tot de gemeente van Yeshua, en met al haar leden deel te hebben aan haar bijzondere
erfenis! - Om deze reden
schrijft Sha’ul [Paulus] dan ook dat er: “geen
onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth,
slaaf en vrije, maar alles en in allen is de Mashiach” (Kolossenzen 3:11) en: “Hierbij is geen sprake van
Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt
immers één in Yeshua
haMashiach.” (Galaten 3:28). Dat wij echter zonder
G’ds kracht niet in staat zijn om Zijn wil te volgen en Zijn geboden te
onderhouden omdat wij zwakke mensen zijn, weet onze hemelse Vader maar al te
goed! Vandaar Zijn belofte voor het eerste Shavuot na de opstanding van Yeshua: “Mijn
Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar Mijn inzettingen
wandelt en naarstig Mijn verordeningen onderhoudt.” (laqzxy Yechez’qel [Ezechiël] 36:27). - Met het oog op
het aankomende Shavuot [Pinksteren], het wekenfeest waarop Moshe destijds de twee tafelen met de tien geboden heeft ontvangen,
kondigde Yeshua tijdens Zijn laatste sederavond van Pesach reeds de
vervulling van deze profetie aan, namelijk de komst van Ruach haQodesh [de Heilige Geest]: “Wanneer
gij Mij liefhebt, zult gij Mijn geboden bewaren. (Hij had het hier niet
over de Noachitische Geboden, maar over de geboden van de Tora, want Hij is zelf de levende Tora!). En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere
Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die
de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij
kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. Ik zal u niet als wezen
achterlaten. Ik kom tot u. Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer,
maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven. Te dien dage zult gij weten,
dat Ik in Mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u. Wie Mijn geboden heeft en
ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal
geliefd worden door Mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem
openbaren!“ (]nxvy Yochanan [Johannes] 14:15-21).
Yeshayahu
haNavi (de profeet Jesaja) zei reeds meer dan 2700 jaar geleden, dat er
een tijd zal komen, dat de hele mensheid in gehoorzaamheid G’ds heilige geboden
zal onderhouden, niet de Noachitische Geboden, want die verbieden niet-Joden
het heiligen van de Shabat, maar de geboden van
de Tora: “Welzalig die sterveling die dit
doet, en het mensenkind dat daaraan vasthoudt; die acht geeft op de Shabat, zodat hij hem niet ontheiligt” (vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 56:2). Let wel: hij zegt hier
niet “Welzalig de Israëliet”, maar hij zegt hier juist heel universeel en
wereldomvattend: “Welzalig ieder mensenkind,
dat de Shabat houdt!” In de verzen 6 en 7 gaat
hij verder: “En de vreemdelingen die zich bij
de Eeuwige aansloten om Hem te dienen, en om de naam van de Eeuwige lief te
hebben, om Hem tot knechten te zijn, allen die de Shabat onderhouden,
zodat ze hem niet ontheiligen, en die vasthouden aan Mijn verbond:
hen zal Ik brengen naar Mijn heilige berg en Ik zal hun vreugde bereiden in
Mijn bedehuis...” Hier staat dus niet: de
vreemdelingen die zich bij Israël aansloten, dus proselieten, maar: de vreemdelingen die zich bij de Eeuwige
aansloten, allen die de Shabat
onderhouden en vasthouden aan G’ds Verbond. (dus niet het Noachitisch Verbond!)
Dat zijn dus de gelovigen uit de volken, die geënt zijn op de Edele Olijfboom,
en niet de Noachieten! Yeshayahu [Jesaja] profeteerde
dus, dat zelfs op de nieuwe aarde de gelovigen uit alle volken (dus niet alleen de Joden) nog steeds (of beter gezegd:
eindelijk!!!) de wekelijkse Shabat
zullen heiligen: “Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die Ik
maken zal, voor Mijn aangezicht zullen blijven bestaan, luidt het woord van de
Eeuwige, zo zal uw nageslacht en uw naam blijven bestaan. En het zal geschieden
van nieuwe maan tot nieuwe maan en van Shabat tot
Shabat, dat al wat
leeft zal komen om zich voor Mijn aangezicht neer te buigen, zegt de
Eeuwige” (vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 66:22-23). “Daarom heeft G’d
Hem ook uitermate verhoogd en Hem de Naam boven alle naam geschonken, opdat in
de naam van Yeshua zich alle knie zou buigen
van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle
tong zou belijden: Yeshua haMashiach is Adonai, tot eer van G’d, de Vader!” (Filipp.
2:9-10).
Werner Stauder